IJsbergmodel
Boven water zie je 10%: het gedrag — woorden en daden. Onder water ligt 90%: het referentiekader — normen, waarden en ervaringen die de richting bepalen.
Merk wanneer de onderstroom actief is. Doorbreken hoeft nog niet — eerst zien.
Naslag · Coaching Melanie / Heyl
Schrijf vóór élk gepland gesprek vier zinnen uit — O·D·A·T. Begin met een scherp doel: wat moet er aan het eind anders zijn?
Luister, vat samen, vraag door met wat / hoe / wanneer / wie — schrap "waarom" (dat zet mensen in de verdediging). En houd even stilte voor je samenvat.
Spreek aan op waarneembaar gedrag, niet op een label: "je rolde met je ogen" i.p.v. "je houding klopt niet". Sluit af met een check en een vervolgafspraak.
Hoor je een ja-maar? Erken ("klopt"), benoem ("…én we hebben het nu hierover"), haal terug ("terug naar X — wat is jouw kant?").
Word iemand emotioneel of klagend? Erken het gevoel en plak er én achter — zo houd je het doel vast zonder koud te zijn.
Merk wanneer een gesprek eigenlijk over de onderstroom gaat — verwachtingen, oude ervaringen. Benoem wat je vermoedt; oplossen hoeft nog niet.
Voer één feedbackgesprek met het 6-staps werkblad in de hand. Het werkblad mag gewoon op tafel liggen — geen verstoppertje spelen.
Vang één moment waarop je bijna meeging, maar bewust terugschakelde. Schrijf de twee zinnen op die dat moment uitmaakten.